Carel ter Linden schrijft in een gedicht:
Een kleine hand schuift heimelijk in de mijne
als wij het huis uit en de
straat op gaan.
Mijn dochtertje blijft even staan,
steeds bang voor wat er
kan verschijnen,
en gaat dan mee. Het maakt mij groot – en klein,
daar
haar verwachtingen van mij zo hoog nog reiken,
waarvan zo vele eenmaal zullen
blijken
gegrond op schijn.
Die tijd is lang geleden, is
voorbij.
Maar nooit zal ik vergeten dat gevoel:
jouw hand de mijne
zoekend, zacht en koel,
en je geloof in mij.
0 reacties:
Een reactie plaatsen