dinsdag 10 januari 2012

Dochtertje

Carel ter Linden schrijft in een gedicht:

Een kleine hand schuift heimelijk in de mijne
als wij het huis uit en de straat op gaan.
Mijn dochtertje blijft even staan,
steeds bang voor wat er kan verschijnen,

en gaat dan mee. Het maakt mij groot – en klein,
daar haar verwachtingen van mij zo hoog nog reiken,
waarvan zo vele eenmaal zullen blijken
gegrond op schijn.

Die tijd is lang geleden, is voorbij.
Maar nooit zal ik vergeten dat gevoel:
jouw hand de mijne zoekend, zacht en koel,
en je geloof in mij.

0 reacties:

Een reactie plaatsen