Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht. Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob,’ antwoordde hij. Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ Jakob vroeg: ‘Zeg me toch hoe u heet.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar. Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’ Zodra hij bij Peniël was overgestoken, zag hij de zon opkomen. Jakob liep mank. (Genesis 32: 26 - 32)
Enige jaren terug kwam ik een nicht van Jaspers tegen. Ze had als kind vaak bij hem gelogeerd, een studeerkamer geleerde. een man die alleen tevoorschijn kwam voor de maaltijd. Een mens die kwaad werd als hij gestoord werd door kinder lawaai. Helemaal geen leuke oom. Zijn dus zijn boeken, zijn vele toespraken voor de Duitse radio na de oorlog daarom minder waard? Hij heeft de Duitsers in zijn toespraken weer op het spoor helpen zetten om hun geschiedenis onder ogen te zien, om hen de tekenen van hun tijd te laten verstaan. Ook dat bereidde hij voor in zijn studeerkamer. Ach, wat wist dat nichtje daarvan...? Ook Jaspers is geen heilige. Hij schreef en sprak zijn woorden als leraar en als leerling. Eigenlijk schreef Jaspers over de mens, en daarmee over zichzelf, als in een visioen - over de mens die ten volle mens is - en ik citeer:
'Deze mens voltrekt het vragen zonder grenzen. In alle situaties spreekt en antwoordt hij of zij niet naar willekeur. Hij is tegenwoordig en doet "was an der Zeit ist". Hij bezit de rust van het wachten en de zekerheid van het handelen zonder aarzeling. Hij gaat tussen mensen, wie het ook zijn en stelt zich daarbij in de waagschaal. Dat wat hem vreemd is, wat hem weerstand bezorgt, wat hem uitdaagt of ontkent - dat trekt hem het meeste aan. Om te ervaren wat het is en hoe hij daarin worden zal. Deze mens komt tot zichzelf en weet niet hoe. Hij kan dit niet afdwingen. Hij komt tot zichzelf als een geschenk.'
Een mooi visioen; het doet mij denken aan het leven van die timmermanszoon uit Nazareth. Een visioen: niet alleen maar woorden uit een studeerkamer, maar ook een vrucht van een zoekend leven, van een diepgravend denker, van een spoor dat verder getrokken wordt.
uit: 'GOD AAN', een vrijzinnig dagboek (Meinema)
0 reacties:
Een reactie plaatsen